Het framework van social media

Kenmerken van social media
Als de verschillende sociale media worden geanalyseerd en hun functionele structuur wordt blootgelegd, dan resulteert dat voor al die social media in grote lijnen in hetzelfde basis framework. Dat framework is erop gericht om:
1 de gebruiker content te laten creëren en
2 die content te publiceren,
3 die content vervolgens voor andere gebruikers zichtbaar maken,
4 waarna de laatsten daarop kunnen reageren.
Dit proces kan worden vertaald in een aantal hoofdfuncties, die in dit artikel worden behandeld.

Daarbij leggen wij ons een duidelijke beperking op. We beschouwen alleen de functionaliteit voor de gebruiker/influencer binnen het kader van de gangbare definitie van social media. Dat betekent dat de functionaliteit van een social medium voor anderen, bijvoorbeeld adverteerders, buiten beschouwing wordt gelaten. Datzelfde geldt voor functionaliteit die buiten de gangbare definitie van social media valt.

De hoofdfuncties hebben betrekking op de volgende onderwerpen:
1 Profiel
2 Groepen
3 Creatie van content
4 Publicatie van content
5 Weergave van content
6 Reageren op content

1 Profiel
Een profiel, de persoonlijke informatie van een gebruiker, kan op verschillende manieren worden gebruikt door de social media applicatie.
Ten eerste geeft het aan in welke content de gebruiker geïnteresseerd is en daarmee ook welke andere gebruikers geïnteresseerd kunnen zijn in de door hem geproduceerde content. Tevens kan met die profielinformatie de advertentiestroom beter worden gestuurd.

Zo kan een gebruiker aangeven dat de aarde plat is. De content van andere plat-aanhangers zal dan snel op zijn pagina worden voorgesteld en vica versa. Verder zal hij specifieke advertenties zien, niet die van een wereldbol, maar die van een wereldpannekoek. Dat laatste is geen grapje, wereldpannekoeken kan je kopen, bijvoorbeeld bij Amazon. 



Het sturen van content en advertenties wordt niet alleen door een profiel bepaald. Het algoritme wordt ook gevoed door de activiteiten van de gebruiker (wat bekijkt hij, waarop reageert hij, wat produceert hij), zijn vrienden en followers of zijn gegevens en gedrag op andere social media.

Deze slimme service van de social media, dat alwetende algoritme, heeft bij een onschuldige interesse de nodige voordelen. Echter, in het geval van een complottheorie wordt de gebruikers juist versterkt in zijn geloof, het werkt dan polarisatie in de hand.

Een waar en naar voorbeeld is dat van Pizza Gate. In het jaar 2016 werd door WikiLeaks een serie mails gepubliceerd van John Podesta, de campagne-directeur van Hillary Clinton. Die mails zouden gecodeerde boodschappen bevatten over een netwerk van pedofielen. Die theorie werd naar buiten gebracht op 30 oktober 2016 via een Twitter account. Het “harde” bewijs was een door de New York City Police Department gestart onderzoek.
Ook werd zogenaamd duidelijk dat het netwerk gelieerd was aan Hillary Clinton en andere hoog geplaatste Democraten. Het “harde” bewijs waren de gecodeerde boodschappen die waren aangetroffen in die mails. Verder kwam naar voren wat het centrum van het netwerk was, Comet Ping Pong, in Washington.

Toen dat eenmaal bekend werd gemaakt, werden restaurant, eigenaar en personeel in de social media bedolven onder de dreigementen.
Het einde van het complot werd ingeluid toen een zeer verontruste lezer van alle postings, Edgar Maddison Welch, besloot om de in de pizzeria opgesloten kinderen, de slachtoffers van die pedofielen, te bevrijden. Edgar laadde zijn wapen, type AR-15, toog naar het restaurant en begon daar te schieten. Al snel werd hij ingerekend door de politie en toen bleek dat er geen enkel kind te vinden was, keerde de rust weer terug.

2 Groepen
Wie raadpleegt mijn content? Welke content kan ik raadplegen? Die twee vragen zijn van belang op het moment dat binnen een social media applicatie veel gebruikers zijn en veel content is. Is er sprake van een of twee miljard gebruikers, dan zijn die vragen zelfs essentieel. De twee vragen worden gedeeltelijk beantwoord met een groepsfunctie. De implementatie daarvan is afhankelijk van het medium.

Bij Twitter is de implementatie simpel. De gebruiker kan met een klikje aangeven dat hij een account wil volgen en zo een eigen groep accounts kan opbouwen die hij volgt. De nieuwe content van die groep zal dan automatisch verschijnen op zijn homepage. Op zijn beurt kan de gebruiker worden gevolgd door andere accounts. Bij Twitter zie je bij elk account twee variabelen, de ene geeft weer hoeveel dat account volgen, en de andere, het spiegelbeeld, hoeveel accounts worden gevolgd.
Zo laat het account van bijvoorbeeld de Autoriteit Consument & Markt zien dat de autoriteit 669 accounts volgt en zelf door 5078 andere wordt gevolgd begin november 2020. 



Zelfs is het mogelijk te zien wie die 669 en 5078 accounts zijn, door eenvoudigweg op een van die cijfers te klikken/tappen, waarna de hele lijst zichtbaar wordt.

3 Creatie van content
Op het einde van de vorige eeuw bestonden er hoegenaamd nog geen applicaties voor content-creatie op het WWW. Content-creatie gebeurde nog lokaal, op de PC. Moest bijvoorbeeld de tekst van een webpagina worden uitgebreid, dan werd lokaal het oorspronkelijke tekstbestand geladen en vervolgens de nieuwe tekst toegevoegd door deze in te tikken. Om daarna de site te actualiseren, de nieuwe tekst te publiceren, werd het geactualiseerde tekstbestand met een FTP-client het net opgestuurd.
Nu gaat het wat makkelijker. Bij alle social media is nu een ingebouwde editor aanwezig om de post te voorzien van tekstuele informatie. Betreft de post een of meer foto’s, dan zijn die foto’s aan te passen (formaat, helderheid, kleur, etc.). Datzelfde geldt voor een video, daar zijn de mogelijkheden zelfs zeer uitgebreid bij applicaties als TikTok.

Daarnaast zijn mogelijkheden aanwezig om naast een post ook andere content te creëren. Zo laat Instagram een serie foto’s en/of video's combineren tot een zogenaamde story die kan worden “afgespeeld” met een klikje op een icoon. Ook andere social media kennen zo’n story-functie.

Verder is het mogelijk “live” te gaan, een video-opname is dan direct zichtbaar voor de wereld via het account van de gebruiker. Dit wordt livestream of live stream in “goed” Nederlands genoemd. De ouderwetse term “rechtstreekse uitzending” is nooit ingeburgerd geraakt in de wereld van de social media.
Veel social media hebben een live-functie, bijvoorbeeld Facebook Live (al vanaf het jaar 2015), YouTube Live, Periscope (Twitter), LinkedIn Live en Instagram Live.
In het algemeen is live gaan simpel. Bij Instagram is het niet meer dan een swipe/tap op de smartphone. Bij andere social media is het lastiger. Zo moet bij LinkedIn eerst worden aangemeld. Dat wordt in krom nederlands als volgt geformuleerd.
Om aan de slag te gaan, u zich aanmelden om een live-zender te worden LinkedIn door een aanvraag in te vullen. We stellen u alleen op de hoogte als uw aanvraag wordt goedgekeurd.
Daarnaast zijn er de nodige onduidelijke voorwaarden, zoals de volgende.
Geen vooraf opgenomen content. Alle streams moeten live en happening in real time, of je kan verwarren leden en potentieel verraden hun vertrouwen.
4 Publicatie van content
Publicatie van een post gebeurt min of meer automatisch na de creatie van een post. De functie is daardoor niet zichtbaar aanwezig. De functie komt wel naar voren bij social media waarbij een post geagendeerd kan worden. De post wordt dan later op een zelf op te geven tijd en datum gepubliceerd. Bij Twitter ziet dat er als volgt uit. 



Een andere publicatie-functie die naar voren kan komen, betreft het “door”-posten op andere social media. Het ene social medium kan dan een kopie van een post automatisch doorzenden naar andere social media.
Zo laat Instagram automatisch “door”-posten op moeder Facebook maar ook op Twitter en Tumblr.

5 Weergave van content
Een social medium presenteert aan de gebruiker een bepaalde selectie aan content. Zo presenteert Facebook op iemands startpagina het zogenaamde nieuwsoverzicht met een selectie uit de duizenden miljarden berichten uit haar database. Die selectie wordt bepaald door de profielgegevens van de gebruiker, zijn activiteiten op het social medium, de accounts die hij volgt en mogelijk andere gegevens die het social medium heeft verzameld over de gebruiker.

Dat selectieproces, oftewel welke content wordt gepresenteerd, is een black box voor de gebruiker. Het gebeurt door een algoritme, waarvan alleen het social medium de finesses kent. Voor de influencer is dit proces economisch van belang. Nieuwe volgers kunnen alleen worden verkregen als zijn content wordt voorgesteld aan andere gebruikers en bestaande volgers kunnen alleen worden behouden als deze ook daadwerkelijk de nieuwe content zien, en dan niet onderaan, maar bovenaan.

Het selectieproces is een black box, dat neemt niet weg dat er functies aanwezig kunnen zijn voor de gebruiker om toch dat selectieproces enigszins te sturen, bijvoorbeeld door de content van bepaalde accounts voorrang te geven of juist te blokkeren.

Die black box heeft ook de aandacht van Europees commissaris Margrethe Vestager. In een voordracht voor de organisatie AlgorithmWatch (www.algorithmwatch.org) lichtte ze haar plannen met de “Digital Services Act” toe.
So the rules we’re preparing would give all digital services a duty to cooperate with regulators. And the biggest platforms would have to provide more information on the way their algorithms work, when regulators ask for it. They’d also have to give regulators and researchers access to the data they hold – including ad archives.
Het sluw voorstellen van content gebeurt niet bij elk social medium. Zo ziet de WhatsApp-gebruiker alleen content van zijn eigen contacten en van de groepen waartoe hij behoort.

6 Reageren op content
De verschillende social media laten een grote verscheidenheid zien bij de manier waarop de ene gebruiker kan reageren op de content van een andere gebruiker.
Aan de hand van Twitter laten we zien wat zoal mogelijk is. Het betreft een tweet van de RVD over het bezoek van de koning van Nederland aan een olifant in Corona-tijd. Deze tweet kan worden “beantwoord”. Dat betekent dat de eigen reactie, oftewel het antwoord, in de vorm van een tweet wordt gestuurd naar de maker van de tweet (de RVD) en daar zichtbaar wordt. We zien dat op 24 november 2020 in totaal 9 gebruikers hebben geantwoord. Die antwoorden variëren in dit geval van “Echt beste koning” tot “Beetje n sneu uitje!”.
Ook is het mogelijk om de dierentuin-tweet door te sturen, oftewel een retweet. Je eigen volgers kunnen dan direct de retweet zien. De tweet is nu 18 maal doorgestuurd.
De derde manier om te reageren is door de tweet te markeren als “leuk”, dat is gebeurd door 177 accounts. We zien dan ook vandaag (24 november 2020) een hartje met dat getal van 177.

Bij Twitter is de gerealiseerde interactie tussen de verschillende gebruikers goed zichtbaar, zowel in de vorm van statistieken als in detail.

Bij Wikipedia is er ook veel interactie, elk artikel is het resultaat van toevoegingen, verwijderingen en wijzigingen en dat alles van (veel) verschillende gebruikers. Die interactie is niet direct zichtbaar, je moet eerst op het tabblad Geschiedenis klikken. Voor het artikel over Twitter, geeft dat het volgende resultaat.